Badminton info - Techniek

De basis van badminton is techniek. Techniekbeheersing is gelijk aan tijdwinst dus hoe meer je de techniek automatiseerd hoe meer tijd je daarmee verwerfd en tijd is iets waar we in onze sport nu een maar altijd een te kort aan hebben.

Mijn jongste spelers moeten de meest moeilijke techniek trainen, elke week weer, en in mijn dubbeltraining doen we alleen maar aan slimme verdedeging waar we een sterk verband leggen tussen techniek en tactiek. Ik begin er al niet meer aan om uit te leggen aan ouders, spelers en andere trainers waarom iets gedaan moet worden en de manier waarop ik het gedaan wil hebben. Ik hanteer hierbij de uitspraak “als je het snapt dan begrijp je het”  mijn spelers moeten de techniek tot in de puntjes beheersen en op een natuurlijke manier in hun spel verwerken, omdat de techniek je tijd geeft lijken mijn dubbels ook sneller. Laat ik voorop stellen dat ze dat niet zijn, maar dat ze weten welke techniek te gebruiken en wat er daarna van ze wordt verwacht, er is dus een bewegingspatroon na elke verdegings techniek. Zodra de techniek echt goed wordt beheerst en de spelers goed op elkaar zijn ingespeeld wordt de techniek en het daarop volgend bewegingspatroon een zo sterke verdediging dat het een aanval op zich wordt.

Als mijn belangrijkste uitgangspunt dus de techniek is, omdat deze tijd creeërt dan komen we op de discipline, dit is op te delen in veel verschillende onderdelen. Maar nu wil ik het hebben over de discipline die je moet op bouwen met je partner om de tijd winst die je uit de techniek krijgt te versterken in de bewegings patronen.

Op mijn training gebruik ik vaak de volgende oefening; ik laat mijn racket op mijn vinger in de lucht balanseren met een gestrekte arm, we kunnen hem ook nog rond laten draaien als het moet, maar dat is niet nodig. Als ik dan vervolgens het racket een paar min in de lucht houd zonder dat het valt dan kan je zeggen dat het goed gaat, maar eigenlijk gaat het de hele tijd verkeerd en is het racket telkens weer bezig te vallen maar corrigeer ik het constant zodat het racket weer een andere manier moet vinden om te vallen. Als ik mijn ogen dicht doe dan duurt het nog geen 10 sec voor dat het racket op de grond ligt, dat zegt me dat ik niets kan corigeren zonder dat ik zie wat er gebeurd. Als ik moet nadeken over wat ik moet gaan doen om het racket in de lucht te houden dan gaat het ook fout, want daar heb ik geen tijd voor, dus de informatie gaat direct van mijn ogen naar mijn handen zonder dat het een analyse heeft ondergaan. Dat zegt me dus dat ik de fouten en de reactie daarop om te corrigeren moet herkennen zonder het te realiseren en/of analyseren.

De discipline voor een goed dubbel is dus dat bewegingspatronen vast moeten liggen voor de partners, ogen zien wat er gebeurd en voeten bewegen automatisch naar de juiste positie. Dit geldt zowel voor jezelf als tenopzichte van je partner, als je dit beheerst dan gaan we van de tijd winst nog meer gebruik maken door infomatie aan onze tegenstander te gaan geven waar zij WEL over  na moeten denken omdat we weten dat nadenken tot tijd verleis leid en tijd verlies tot het verlies van controlle over de wedstrijd.

Wij moeten werken, spelen en reageren op automatisme EN er voorzorgen dat de tegenstander dat niet kan doen, door ze van stoor informatie te voorzien in de manier waarop wij de dubbel spelen.

Dus we maken bewegingspatronen waarin we de tegenstand vragen naar de moeilijk te bereiken hoeken te spelen door juist deze hoeken duidelijk vrij te laten. Deze manier van werken noemen we wenshoeken, door de wenshoeken te laten zien kunnen we ook voorspellen waar de volgende shuttle gaat komen en lijkt ons spel veel sneller dan dat van de tegenstander.

Het bewegen op de baan is sterk afhankelijk van welke opdracht je heb op de baan (welk type speler je bent in een dubbel) In principe hebben we twee types die je bijna in elke goed dubbel terug kan vinden 1. “the conducter” 2. “the worker” de conducter is altijd de speler die aan het net wil spelen of het voorste gedeelte van de baan wil opzoeken, de werker is 90% van zijn/haar tijd op de achterlijn aan het werk. Er zijn enkele uitzonderingen, deze komen vooral voor in dubbels uit China, hier zien we twee “workers” die naast elkaar spelen, hier kom ik later nog eens op terug.

Het bewegingspatroon van deze twee spelers is op bepaalde onderdelen verschillend, het is natuurlijk afhankelijk waar ze zich bevinden op de baan. Met mijn spelers leg ik bewegingspatronen in die voldoen aan de opdracht die ze hebben op de baan, de conducter neemt bijvoorbeeld zoveel mogelijk shuttles met de RH of met het linker been op de BH kant in de strakke ballen in het middenveld zodat de conducter zo snel mogelijk weer het net kan opzoeken. Als de werker voor staat mag de werker veder naar het midden gaan staan om op die manier een overstap te maken met rechts en dan het achterveld weer op te zoeken, ook heeft de conducter de mogelijkheid een cross clear te spelen om zo de werker die nu voor staat de mogelijkheid te geven weer naar de FH kant achter te bewegen. De conducter kan met de cross clear ook nog kiezen tussen een diepe shuttle op de achterlijn  waar met grote waarschijnlijkheid geen smash op zal volgen of een shuttle die rond de dubbelservicelijn ligt waar wel een smash op gekreken kan worden. Ook op deze tactiek kom ik later nog eens terug.

Nogmaals alles is er op gericht techniek en taktiek zo optimaal mogelijk in dienst testellen van het winnen van tijd en het invoeren van automatisme.

Voor vele spelers zal die dag nooit komen dat ze snappen, laat staan dat ze het begrijpen maar het zou een zeer belangrijk onderdeel moeten zijn van de trainers opleiding om veel meer op techniek te werken als motor om tijd te creeren op de baan.

bron: www.badmintoncentral.nl